De reis naar Terschelling afgelopen zaterdag ging voorspoedig, evenals het vorige jaar. Na een lange reis met tram, trein en bus arriveerde ik rond 13.00 uur in Harlingen. Ik had nog twee uur voordat de boot vertrok, een tijd die ik aangenaam doodde met cappucino, warm appelgebak met slagroom en caramelsaus, en een bezoek aan het Harlinger Museum. Ook in dit museum ben ik vorig jaar geweest, dus geen uitweidingen ditmaal. Misschien in een ander blogje.
Even later, op de boot naar Terschelling, zag ik Hans Verbeek en zijn vrouw Betty. Wij gingen aan een tafeltje zitten en al pratend en zo nu en dan een consumptie nuttigend, vloog de tijd om. Hans zou zelf niet gaan lopen, door die blessure en onvoldoende training leek hem dat niet verstandig. Hij had echter al eerder geboekt dus maakte hij van de nood een deugd door toch naar het eiland te gaan om met z'n tweetjes een aangenaam weekendje vakantie te vieren. Hij zou meteen de lopers (mijzelf incluis) aanmoedigen.
Van onze vereniging zag ik Harry van Maanen. Hij zou in Terschelling de hele marathon gaan lopen. Na Rotterdam zou dit zijn tweede marathon worden dit jaar. Ik verenigde hem en zijn gevolg nog even snel op de foto voordat we aan de overkant waren. Een overkant die, naarmate de brandaris in zicht kwam, een steeds duisterder en dreigender karakter begon te krijgen. Het leek of al het slechte weer zich boven Terschelling had samengebald. En inderdaad, toen de boot eenmaal was aangemeerd, kwam de regen met bakken uit de hemel zetten.
Terug op Terschelling
Op Terschelling scheidden onze wegen. De bus naar onder andere Formerum, waar ik moest zijn, was snel gevonden. Maar goed ook, want het regende katten en honden. In een met uitgelaten hardlopers en -loopsters volgeladen bus was het zó lawaaiïg dat het nog moeilijk werd om de buschauffeur te verstaan die van tijd tot tijd de halten omriep. De anderen waren vrijdagavond al gekomen en nadat ik had gebeld dat ik er aan kwam, stond Ton van Westbroek bij de bushalte Formerum op mij te wachten. Dat is nog eens aardig. Hij was op de fiets. Ik kon mijn sporttas achter op de bagagedrager binden en mijn rugzak bij Ton op z'n rug, waarna ik hem al joggend volgde naar het strandhotel Formerum. Na een tocht van twee kilometer door een deels bosrijk duinlandschap kwamen wij bij Strandhotel Formerum aan, in the middle of nowhere, en inderdaad op het strand!

De rest van het gezelschap had zich juist op de kamer van Henk verzameld, waar ook Helmie, Mike en dochtertje Anne zich bevonden alsmede Ellen en Margreet. 's Avonds gingen we met z'n allen eten in het hotel. Wel zo makkelijk, omdat we niet zo'n zin hadden om in het donker vijf kilometer verderop iets te gaan zoeken. De meerderheid van de gasten dacht daar kennelijk ook zo over, want het restaurant zat bomvol. Wat niet wegnam dat het eten, hoewel een tikje aan de prijs, heel goed was.
Na een nacht waarin ik toch nog een paar uur wakker had gelegen, dommelde ik rond zes uur in en werd om zeven uur weer wakker. Voorzichtig de sportkleding aangetrokken, naar beneden geslopen en via de achterdeur op weg voor een stukje (20 minuten) rustig hardlopen door de duinen. Veel was daar niet aan want behalve schemering hing er ook een dichte mist zodat je weinig van de omgeving kon zien.



Na gedouchd en even gewacht te hebben op de anderen, gingen we uitgebreid ontbijten. Dat was copieus, met warme croissantjes, vers knapperig volkorenbrood en harde broodjes, suikerbrood, cornflakes, diverse melksoorten en vruchtensappen, enfin, als we slecht zouden gaan lopen konden we het eten daarvan in ieder geval niet de schuld geven.
Misschien niet zo relevant binnen het kader van een verslag van de berenloop, maar het restaurant had zo'n mooi interieur, een beetje Art Deco, daar moest ik toch een paar plaatjes van maken. En dat geldt ook voor het uitzicht vanuit onze hotelkamer op het strand

Direct na het ontbijt wandelden Helmie, Mike en kinderwagen met Anne, door de duinen in de omgekeerde richting van hoe ik gisteren met Ton naar het hotel kwam, naar de bushalte. Daar zouden ongetwijfeld bussen naar West-Terschelling gaan, waar de start van de Berenloop was. Ik volgde vijf minuten later, ditmaal met de benenwagen, door een bos waar de eerste sporen van de komende berenloop al hingen. Vlak bij die bushalte, tegenover het wrakkenmuseum, vond de hereniging plaats.

Maar hoe nu verder? Zojuist waren twee bussen volgeladen met lopers naar de haven vertrokken, volgens het bordje zou de eerstvolgende pas na een uur komen. Maar kom op zeg, op een dag als deze zouden er toch wel meer bussen worden ingezet? Tja, dat zou je zeggen maar vooralsnog bleef dat bij een vermoeden. In het kwartier waarin drommen fietsers in trainingspak aan ons voorbij waren getrokken, besloot Helmie een taxibus te bestellen voor ons en nog drie wachtende lopers. Dat scheelde, konden we de kosten achteraf delen. Na tien minuten was de taxibus gearriveerd. Inpakken en wegwezen. Ruim op tijd waren we aan de haven van West-Terschelling. En nog steeds was er geen bus gearriveerd.

Terwijl Mike de kinderwagen over- en de zorg voor Anne op zich nam, liepen Helmie en ik via de feestelijk met ballonnen, beren e.d. versierde dorpsstraat naar ons vertrouwde 'bakkertje', waar we ons evenals vorige jaren achterin, tussen de ovens, konden omkleden en de bagage achterlaten. Op weg daarheen werd ik op de schouder getikt. Het was Kees, een van de webloggers! We maakten kort kennis met elkaar omdat we elkaar nooit in levende lijve hadden ontmoet, althans niet gesproken. Ik herkende hem echter meteen van de foto's.
Maar nu sla ik meteen een heel stuk over en belanden we in het laatste kwartier voor de start van de halve marathon om 12.00 uur. Ik stond de laatste tien minuten nog even in de rij voor de toiletten, en naast mij stond wederom een - wel zeer - goed bekende, namelijk collega Joan! Dat was een verrassing, ik wist dat ze liep (en andersom wist zij dat van mij) maar we wisten niet van elkaar dat we de Berenloop zouden 'doen'. We zullen elkaar vandaag heel wat te vertellen hebben.
Ik startte vrij achteraan. Dat had eigenlijk niet gehoeven bleek achteraf, met mijn groene wedstrijd-startnummer had ik meer naar voren kunnen gaan. Maar ja zó'n ramp was het niet, je tijd gaat toch pas in na over 'de mat' te zijn gekomen. Ik zag ook bekenden van 'Haag' waaronder Cynthia en haar vriend (foto rechts), Ben en Elly (zij is hier ook elk jaar).

Het was rustig, zij het 'heiïg' weer. Onderweg zou een zwak zonnetje af en toe - en met weinig succes - door de mist trachtte heen te breken. Wel prima weer voor een (halve) marathon. Meteen na de start ben ik in een bepaald tempo gaan lopen dat de hele tijd kon worden vastgehouden. Niet gek laten maken door lopers die voor je lopen of jou passeren, gewoon vlak lopen. Dat was mijn plan vandaag. Ik hoopte ergens tussen de 1.45 en 1.50 uit te komen. Zou mij benieuwen want evenals de CPC behoort de Berenloop niet tot de halve marathons waarop ik doorgaans goed presteer. Maar het ging goed, ik zag Cynthia, vriend en naderhand Ben voor mij lopen, lekker laten gaan. Na de bekende route over verharde weg, kwamen we bij de duinen en uiteindelijk, na het beruchte klimmetje, op het strand. Dat is altijd een zwaar stuk maar ik vond aansluiting bij een mooi 'treintje', dus uiteindelijk heb ik het strand ook mooi overleefd. En dan weer de duinen in met tussen het 15 en 16 km punt een gemene lange klim en daarna weer richting Terschelling. Nog steeds in hetzelfde tempo. Ik had toch wel het gevoel dat het aardig ging. Onderweg zag ik Hans en Betty twee keer langs de kant staan en Hans riep nog: "Ziet er goed uit Fred, je hebt echt je dag!" En inderdaad voelde het relaxed aan. Alhoewel, dat is uiteraard betrekkelijk, ik had er niet aan moeten denken deze ronde nòg eens te moeten lopen zoals de ruim 700 marathonlopers wel zouden doen...
De laatste kilometer ging als altijd slingerdeslang door straatjes rondom de Brandaris tot het laatste verlossende stuk naar de finish. Nog even aanzetten en in 1.48 en nog wat kwam ik over de finish, na aftrek van de minuten bij de start kwam het uit op netto 1.45'52''. Daar ben ik zeer tevreden over, temeer omdat ik ontspannen in één tempo had gelopen en niets had geforceerd.
Even uitgelopen en via een lus bereikte ik 'het bakkertje' weer. Inmiddels werd duidelijk dat met name de dames van onze vereniging het fantastisch hadden gedaan! Cynthia had 1.42' gelopen, Ilse 1.38'59'', Ellen 1.37' en Helmie (foto rechts) is weer (bijna) helemaal terug met 1'31'! Erg goed dames! De foto's waarop Helmie, Ton en ik lopend staan afgebeeld zijn gemaakt door eerdergenoemde Hans Verbeek. Dank je Hans!
Van ons gezelschap had verder kamergenoot Ton 1.44' gelopen, Henk 1.53' en Margreet 1.54'. Stuk voor stuk tijden waar je je bepaald niet voor hoeft te schamen.






Na afloop hebben we, na ons bij 'de bakker' om- een aangekleed te hebben (douchen was helaas niet mogelijk maar ik denk en hoop dat we niet teveel stonken ;-) en 'potkoek' te hebben gekocht, in een naburig hotelletje erwtensoep gegeten en wat gedronken. Daarna splitste ons gezelschap op. Terwijl ik naar de marathonlopers keek die inmiddels binnenkwamen, zag ik opeens onze 'groepsgenoot' Gerard van Zijden! Hij had een meer dan keurige marathon volbracht (in 3.54'). Ook kwam ik Frank Inklaar tegen, een van mijn Haag-vrienden die ik ook tijdens het lopen nog inhaalde, ik dacht zo even voor het 10 km punt. Hij had het wel een beetje zwaar zei hij, maar was toch nog in een mooie 1.52' gefinishd. Hij zou dezelfde boot terug nemen als ik, dus spraken we af elkaar daar te treffen. Op weg naar de haven kwam ik opeens de ene weblogger na de andere tegen. De eerste marathonlopers waren inmiddels lang en breed binnen waaronder webloggers Mo en Hans. Hup, op de kiek.


Aan het eind van de dorpsstraat liep ik de voltallige familie Running Ronald tegen het lijf. Ronald had fantastisch gelopen, met 3.04' zat-ie bij de eerste tien lopers van de marathon! Geweldig gedaan, hij zal er ongetwijfeld enthousiast over verhalen op zijn weblog.
Uiteindelijk is de terugreis goed verlopen en in het prettige gezelschap van Frank en Sandra. Frank en ik hebben ons daar te goed gedaan aan een voedzaam maal met patat, salade en scholfilet dan wel kaassoufflé. Gewoon zo'n 'plate', maar het was zeer goed te eten. Op station Harlingen troffen we Fred, de broer van Frank die zijn eerste marathon had gelopen en dat in een zeer mooie 3.46! Met z'n allen reisden we huiswaarts. In Utrecht namen we afscheid van Sandra en Fred, wij moesten nog een stukkie. Om half twaalf was ik thuis, dat viel nog mee.
Laatste reacties